Multitasking put het brein uit, omdat het het dwingt constant de aandacht te verleggen.
Enkele jaren geleden was multitasking bijna synoniem met het vermogen om alles "bij te houden". In vacatures werd het als een voordeel genoemd, op kantoren werd het gedragen als een prestatie-insigne en thuis werd het een stille standaard: met één hand berichten beantwoorden, met de andere hand het avondeten roeren, ondertussen de huiswerk van de kinderen controleren en in je hoofd al de volgende dag plannen. Maar hoe meer deze manier van functioneren zich vestigde, hoe vaker er werd gesproken over het feit dat multitasking de hersenen uitput en dat het op de lange termijn geen tijd bespaart, maar eerder vermoeidheid, prikkelbaarheid en het gevoel veroorzaakt dat je "niet stopt", zelfs niet wanneer je zou moeten rusten. Waarom gebeurt dit? En hoe kom je eruit zonder dat je leven instort in een hoop onvoltooide verplichtingen?
Probeer onze natuurlijke producten
Waarom multitasking de hersenen uitput (en waarom het niet alleen een gevoel is)
De hersenen zijn niet ontworpen om meerdere veeleisende taken tegelijk uit te voeren. Wanneer er over multitasking wordt gesproken, gaat het vaak in werkelijkheid om snel schakelen van aandacht: even e-mail, even spreadsheet, even telefoon, dan terug naar de e-mail. Van buitenaf kan het eruitzien als parallelle prestaties, maar van binnen vindt een reeks kleine "restarts" plaats. Elke overschakeling kost energie, verhoogt de foutmarge en vermindert de capaciteit voor diepere concentratie.
In de psychologie en neurowetenschappen wordt dit fenomeen aangeduid met de term "switching cost", oftewel de kosten van het overschakelen. Het is geen academische spelletje: in de praktijk betekent het dat de hersenen zich na elke onderbreking moeten oriënteren op waar ze zijn gebleven, wat het doel was en wat de volgende stap is. En omdat er steeds vaker wordt gewisseld – notificaties, chats, snelle vragen, sociale netwerken – neemt de vermoeidheid toe. Het is geen wonder dat je je 's avonds voelt alsof de dag vol activiteit was, maar er weinig resultaten zijn.
Hier komt nog een andere laag bij: multitasking houdt de hersenen vaak alert. Zelfs wanneer er "niets gebeurt", bewaakt een deel van de aandacht of er geen berichten binnenkomen, of iemand reageert, of er een nieuwe taak verschijnt. Lichaam en geest blijven zo in lichte spanning. Daarom worden multitasking en stress in de dagelijkse taal steeds vaker in verband gebracht – het gaat niet alleen om de hoeveelheid, maar om het feit dat alles tegelijk en zonder duidelijke grenzen gebeurt.
Voor een basisoriëntatie over hoe aandacht werkt en waarom schakelen zo kostbaar is, zijn overzichtelijke materialen van de American Psychological Association over stress en hoe de psyche werkt handig (zij zijn niet de enige bron, maar behoren tot de betrouwbare). Even nuttige context biedt ook de NHS in het gedeelte gewijd aan mentaal welzijn en omgaan met stress.
Een verrassend belangrijk detail is dat de hersenen ervan houden om dingen af te maken. Wanneer taken niet worden afgerond maar alleen worden "aangestipt", ontstaat er in je hoofd een ruis van onopgeloste eindjes. Dit verhoogt de interne druk en versterkt het gevoel dat je voortdurend iets in de gaten moet houden. Het resultaat kan uitputting zijn, die niet als een dramatische instorting komt, maar als een geleidelijk “uitdoven": slechter slapen, minder geduld, afnemende motivatie en het gevoel dat zelfs eenvoudige dingen onverwacht veel energie kosten.
„Soms is het probleem niet dat er te veel is, maar dat het zonder ruimte ertussen gebeurt."
Multitasking en stress: een subtiele spiraal die lijkt op productiviteit
Stress is op zichzelf niet altijd slecht. Op korte termijn kan het helpen je te concentreren, energie te geven en een moeilijke situatie aan te kunnen. Het probleem ontstaat wanneer stress het decor van elke dag wordt. En precies daartoe leidt multitasking vaak: de hersenen blijven in de modus van "reactie", in plaats van tijd te hebben om over te schakelen naar "creatie" of "rust".
Bovendien versterkt multitasking het gevoel dat je voortdurend achterloopt. Waarom? Omdat het schakelen de indruk wekt dat er veel wordt opgelost, maar tegelijkertijd weinig wordt afgerond. Zo ontstaat er een paradox: hoe meer je probeert "alles bij te houden", des te meer heb je het gevoel dat je niets bijhoudt. En dat is vruchtbare grond voor angstige gedachten zoals "ik moet harder werken", "ik mag niet stoppen", "als ik niet meteen antwoord, gebeurt er iets".
Daarnaast speelt ook de sociale dimensie een rol. In veel teams wordt een snelle reactie verward met betrouwbaarheid. Wie binnen een minuut reageert, lijkt betrokken. Wie na een uur antwoordt, kan de indruk wekken dat hij "er niet bij was". Maar zo'n instelling is op de lange termijn onhoudbaar. Het creëert druk voor permanente beschikbaarheid en verlegt de grenzen van werk naar vrije tijd. Als daar nog huishouden, kinder- of ouderenzorg bij komt, is de weg vrij voor chronische overbelasting.
Een echt voorbeeld laat dit pijnlijk duidelijk zien. Stel je een gewone middag voor: iemand komt thuis van het werk, pleegt onderweg een paar telefoontjes, opent thuis "even" de laptop om een e-mail af te maken. Ondertussen wordt er gekookt, iemand heeft iets nodig, de telefoon trilt, in het hoofd draait de lijst met verplichtingen. 's Avonds vinden er wel veel kleine acties plaats, maar blijft het gevoel dat niets goed is gedaan. En als je dan eindelijk gaat zitten, "draaien" de hersenen nog even door – in plaats van rust komt gedachteloos scrollen, omdat stilte ineens ongewoon is. Dit is precies het moment waarop multitasking en stress samensmelten tot één geheel: het lichaam is thuis, maar het zenuwstelsel is nog steeds aan het werk.
Langdurige overbelasting kan zich ook fysiek manifesteren – spanning in de schouders, hoofdpijn, spijsverteringsproblemen, vaker ziek zijn. Het is niet noodzakelijk een direct bewijs van "multitasking", maar eerder een signaal dat het lichaam niet genoeg ruimte heeft om te regenereren. Voor een breder perspectief over hoe stress het lichaam beïnvloedt, kan bijvoorbeeld worden verwezen naar informatie van de World Health Organization over geestelijke gezondheid en het belang van preventie.
Tips om stress te beheersen en niet te proberen alles te beheersen
Het klinkt eenvoudig, maar het is essentieel: de uitweg ligt niet in nog beter multitasken. Het ligt in de terugkeer naar prioriteiten, ritme en grenzen. Dat betekent niet dat je een "langzamer persoon" moet worden. Het betekent dat je een persoon wordt die niet alleen energie heeft voor prestaties, maar ook voor het leven.
Als er één ding gedaan moet worden, laat het dan echt één ding zijn
Een van de meest effectieve stappen is het invoeren van korte focusblokken. Het hoeft niet meteen een uur in volledige stilte te zijn. Zelfs 20-30 minuten, waarbij meldingen zijn uitgeschakeld en slechts één ding openstaat, maken een verschil. De hersenen stoppen met het verscheuren tussen taken en beginnen terug te keren naar diepere concentratie. Vaak blijkt dat werk dat in "multitasking" de hele ochtend duurt, in werkelijkheid in de helft van de tijd klaar is.
Een eenvoudige handeling die helpt, is om vensters en applicaties die niet in gebruik zijn te sluiten. Niet omdat je geen discipline hebt, maar omdat de hersenen reageren op prikkels, zelfs zonder bewuste beslissing. Elk pictogram, elk nummer bij ongelezen berichten is een kleine haak naar aandacht.
Interne druk ontstaat vaak niet door taken, maar door verwachtingen
Veel stress heeft niet te maken met de hoeveelheid werk, maar met de verwachting dat alles meteen en het beste perfect moet zijn. Maar het leven is meer een stroom dan een lijst. Wanneer een realistische lat wordt ingesteld, neemt de kwaliteit paradoxaal genoeg toe – omdat er met een helderder hoofd wordt gewerkt.
In de praktijk kan dit betekenen dat je jezelf af en toe herinnert aan een eenvoudige zin: "Het hoeft niet perfect te zijn, het moet duurzaam zijn." Duurzaamheid betreft trouwens niet alleen ecologie, maar ook het levenstempo. Net zoals het in huis de moeite loont om geleidelijk over te stappen op duurzamere gewoonten, heeft ook de psyche veranderingen nodig die op de lange termijn haalbaar zijn, niet slechts een week.
Kleine rituelen die rust in de dag terugbrengen
Stress gedraagt zich vaak als iets wat wordt opgelost "als er tijd is". Maar tijd verschijnt in multitasking meestal niet vanzelf. Daarom werken korte rituelen die zo klein zijn dat ze niet kunnen worden geweigerd.
Een praktisch proces dat zonder grote plannen kan worden geprobeerd:
- Twee keer per dag 3 minuten zonder scherm (ochtend en middag): een paar diepere ademhalingen, uit het raam kijken, nek en schouders strekken – meer niet, maar regelmatig.
Zo'n kleinigheid kan naast grote taken onbeduidend lijken, maar juist daardoor verschilt het van "grote voornemens". Het is realistisch. En regelmaat is voor het zenuwstelsel vaak belangrijker dan intensiteit.
Grenzen zijn geen luxe, maar basis hygiëne
Een van de grootste bronnen van uitputting is het vervagen van grenzen: werk loopt uit in de avond, vrije tijd loopt uit in werk, rust is slechts "pauze tussen e-mails". Als het mogelijk is, is het de moeite waard om op zijn minst één duidelijke grens te stellen – bijvoorbeeld dat na een bepaald tijdstip geen werkmail meer wordt geopend. Het lukt niet altijd volledig, maar zelfs gedeeltelijke naleving heeft effect. De hersenen beginnen te geloven dat er tijd is wanneer ze niet op hun hoede hoeven te zijn.
Even belangrijk is de grens ten opzichte van notificaties. Het is niet nodig om radicaal te zijn, maar het uitschakelen van de meeste meldingen (of op zijn minst het dempen ervan) is vaak een van de snelste manieren om de druk te verminderen. De persoon controleert dan bewust de berichten, in plaats van dat de berichten hem controleren.
Slaap als tegenwicht voor uitputting, niet als beloning voor prestaties
Bij uitputting wordt vaak gesproken over vakantie of weekend. Maar de belangrijkste regeneratie vindt elke nacht plaats. Multitasking heeft de neiging om inslapen te bemoeilijken, omdat de hersenen gewend zijn aan schakelen en het zoeken naar prikkels. Als de avond eindigt bij een scherm, is de overgang naar rust moeilijker.
Een eenvoudige compromis helpt: de laatste 30 minuten voor het slapen zonder snelle prikkels. Het hoeft geen "perfecte slaap hygiëne" te zijn. Het is voldoende om nieuws en sociale netwerken te ruilen voor iets langzamer: een douche, lezen, rustige muziek, kort wat gedachten op papier zetten. De hersenen krijgen zo het signaal dat ze niet meer hoeven te reageren.
Waarom "niet alles proberen te beheersen" geen opgeven is
In een prestatiegerichte cultuur kan het lijken alsof minder doen hetzelfde is als verliezen. Maar de poging om echt alles te beheersen leidt vaak ertoe dat het belangrijkste niet wordt beheerst: gezondheid, relaties, langdurige stabiliteit. Niet proberen overal en bij alles te zijn betekent niet dat je onverschillig bent. Het betekent bewust kiezen wat prioriteit heeft, en wat kan wachten.
Praktisch kan dit eruitzien als elke dag twee tot drie dingen kiezen die het leven of werk echt vooruit helpen, en de rest als bonus beschouwen. Deze instelling is verrassend bevrijdend: je hebt de kans om dingen af te maken en daarmee een gevoel van competentie te ervaren, in plaats van eindeloos achter te lopen.
En wat als de angst opkomt dat het zonder multitasking niet zal lukken? Vaak helpt het om het van de andere kant te bekijken: hoeveel energie wordt er vandaag verspild alleen aan schakelen, bewaken en "in het beeld houden"? Als een deel van die energie terugkeert naar concentratie en rust, kan het resultaat meer gedaan werk en meer rust zijn.
Daarin schuilt misschien de grootste paradox van deze tijd: vertragen betekent niet het tempo verliezen. Het betekent stoppen met het onnodig verbranden van brandstof. Multitasking kan op korte termijn een oplossing lijken, maar op de lange termijn is het vaak een weg naar het feit dat gewone vermoeidheid uitputting wordt en stress een normale toestand. Zodra er weer ruimte komt voor één ding tegelijk, beginnen ook kleine dingen te veranderen – de toon van communicatie, de kwaliteit van slapen, de zin om iets te creëren, het geduld thuis.
Uiteindelijk gaat het er niet om een perfect "zen" leven zonder verplichtingen te hebben. Het gaat erom dat verplichtingen niet alle aandacht opslokken en dat de hersenen niet hoeven te functioneren als een schakelaar zonder schakelaar. En is dat niet eigenlijk een redelijk ambitieuze doelstelling? Het leven bijhouden zodat er ruimte overblijft voor datgene wat niet van de lijst kan worden afgevinkt.